dinsdag 15 november 2016

Waarom de democratie kapot is (en wat we daaraan kunnen doen)


Wake up and smell the coffee.
De democratie is stuk. Ja, natuurlijk wisten we allemaal al wel dat er iets niet zo lekker liep. Maar het was allemaal nog zo lekker abstract. Vooral een leuk onderwerp voor op feestjes, en zo. Maar nu slaat de realiteit ons met een grote oranje vuist in het gezicht.

Een ramp, inderdaad. Maar misschien ook de wake-up call die we nodig hadden. Want als de democratie stuk is, dan is het hoog tijd om haar te fixen. En ja, ik geloof dat dat mogelijk is. 
 
Ik weet dat het verleidelijk is om te denken dat democratie inherent niet werkt. Is de gemiddelde kiezer niet gewoon te dom om te poepen? Kijk om je heen! Bijna de helft van de Amerikanen dacht dat het een goed idee was om een incoherente, wild om zich heen slaande kanariepiet uit te roepen tot leider van het machtigste land ter wereld. Wat zegt dat over hun hoeveelheid hersencellen?

Toch denk ik dat de werkelijkheid net ietsje ingewikkelder in elkaar zit.

De grootste oorzaak voor dit soort gekkigheid ligt niet zozeer bij een gebrek aan verstand bij de kiezers, maar bij ons huidige politieke systeem. Dat geeft namelijk op een nogal idiote manier vorm aan de idealen van democratie. En al die ‘domme’ Trump-stemmers zijn een perfect voorbeeld om uit te leggen waarom dat zo is.

Hoe ons systeem bouwers in bommenleggers verandert
Ik heb een aantal interviews met Trump-stemmers gezien. En echt, het viel reuze mee, met die zogenaamde domheid. Het bleken hele gewone mensen te zijn, die zich zorgen maakten om het verdwijnen van oude zekerheden, de teloorgang van industrieën waar Amerika voorheen trots op was, concurrentie van goedkope, illegale arbeiders uit andere landen, hun rol in een rap veranderende wereld.

Wat doet de politiek vervolgens met dit soort zorgen? Vrijwel niks. Nouja, okee, de mensen mogen een keer in de vier jaar een keertje stemmen. Maar dat zou je net zo goed niks kunnen noemen, want wat is een stem nou eigenlijk?

Mensen moeten al hun wensen, angsten, meningen en ideeën samenvatten in een antwoord op een vraag dat bestaat uit het aankruisen van precies één hokje. Ze moeten dus een afweging maken, welke kwestie het belangrijkst is voor het bepalen van hun antwoord. De rest van hun ideeën vallen af, die halen het stemhokje niet eens.

En het gaat nog verder.

In ons systeem wordt er niet op kwesties gestemd, maar op kandidaten. De enige manier waarop je aandacht kan vragen voor een bepaalde kwestie, is door te stemmen op een kandidaat die daar ongeveer dezelfde ideeën over heeft als jij. Of zegt te hebben. Misschien roept hij dat gewoon om stemmen te trekken. En de andere ideeën van die kandidaat, dingen waar jij het misschien helemaal niet eens bent, die krijg je er op de koop toe bij. Maar ja, je moet toch wat.

Op hoop van zegen wordt er dan maar op een kandidaat gestemd. De kans is groot dat het allemaal niks, nakkes, nada uithaalt, omdat de kandidaat niet als winnaar uit de bus komt. En zelfs als dat wel het geval is, is het nog maar zeer de vraag of er met die kwestie echt iets gedaan wordt. De kandidaat moet doormiddel van allerlei koehandeltjes met de rest van de regering zijn ideeën erdoor zien te krijgen. Duimen maar, dat dat jouw kwestie bij de lijst behaalde successen zit. Daarnaast zal je vertegenwoordiger ook een hoop zaken doorvoeren waar jij juist niet blij van wordt.

Het hele ideaal van je stem laten horen is verworden tot een maf ritueel, waarbij individuele stemmen eerst op een bizarre manier vervormd worden en vervolgens totaal ondersneeuwen. Waardoor jouw macht om doormiddel van je stemrecht je leven concreet te verbeteren vrijwel nihil is. De regering neemt zonder overleg dagelijks beslissingen die jouw leven ingrijpend beïnvloeden maar jij kan vrijwel niks terug doen.

Geen wonder dan, dat mensen zich in de steek gelaten voelen door de politiek. En dat ze hun stem dan maar op een andere manier willen laten tellen. Ze leggen een grote, dikke, vette bom onder het systeem. Ze stemmen op de grootste bullebak die ze kunnen vinden. Dat zijn ideeën niet zo doordacht zijn maakt verder totaal niet uit. Als hij het establishment maar op de kast krijgt, als hij de boel maar lekker overhoop schopt. Bommen zijn gemaakt om gehate dingen kapot te krijgen, niet om te regeren.

De bizarre inefficiëntie van onze democratie
En dat is zo ongelooflijk zonde. Politieke betrokkenheid, de wil om dingen te verbeteren is een positief iets. Het zou de brandstof voor een gezonde democratie moeten zijn. Maar ons systeem verandert het in een gevaarlijk, stinkend, explosief afvalproduct. Als onze democratie een auto zou zijn, zou haar bizarre inefficiëntie ingenieurs steil achterover doen slaan.

Gevaarlijke volksmenners als Trump zijn het meest opvallende symptoom, maar de verspilling zit echt in het héle systeem ingebakken.

De hele samenleving borrelt van de politieke activiteit. Een bron van energie zou je zeggen. Maar wat doet onze politiek daar concreet mee? Vrijwel niks.

Op het internet struikel je over de politieke discussies, pleidooien, opiniestukken, protestacties en petities. Maar daar blijft het dan ook bij: ideeën. Als de politiek, bij hoge uitzondering hier iets van oppakt, is het een proefballonnetje, een vrijblijvend experiment of een loze verkiezingsbelofte. Geen structurele verandering. Kijk naar de aanzwellende kritiek op ons financiële systeem. De bankencrisis in 2008 heeft velen doen beseffen dat we niet op dezelfde voet door kunnen gaan. Het is nu 2016 en wat is er sindsdien veranderd? Geen zak. En als de politiek haar zinnen heeft gezet op een oorlog of snelweg, dan komt die er gewoon, of je nu met honderd, duizend of met een miljoen mensen in actie komt. De regering voert haar beleid uit, wij staan erbij en kijken er na.
Mensen worden zo ontmoedigd om zelf bij te dragen aan een oplossing voor maatschappelijke problemen.

Sommigen proberen hun oplossing dan door te drukken via de officiële weg. Lobbyen, campagne voeren. Alle moeite die ook aan een directe oplossing besteed had kunnen worden, wordt nu in een politiek circus gestoken. Maandenlang gezeul met bordjes, buttons en fel geschilderde bestelbusjes. Allemaal in de hoop dat iemand anders bereid gaat zijn om voor jou te proberen die oplossing erdoor te krijgen. Terwijl er ook nog tientallen andere groepjes aan zo iemand hangen, allemaal bezig hun eigen dingetje erdoor te krijgen. Het lijkt mij zo ongeveer de meest omslachtige en inefficiënte manier van problemen aanpakken die er is. En dat is dan ‘hoe het hoort’. Je moet maar geloven dat het zin heeft. De mensen die er niet meer in geloven, sja, we hebben allemaal gezien wat díe vervolgens doen.

Dit is een auto die vrijwel al haar brandstof op straat laat lekken en van wat er overblijft een onzinnig rookgordijn maakt, dat nog kan ontploffen ook. Ik zou er niet in willen rijden. En de VS staat nu met een rokende motorkap ergens langs de weg.

Maar hoe moet het dan wel?
Goed. Dat onze democratie niet deugt, dat wisten we al. Churchill zei al dat democratie de slechtste regeringsvorm aller tijden is, op alle andere vormen na. Daar zit hem tegelijk de pijn. Dit systeem deugt niet, maar is dit niet het beste alternatief dat we hebben?
Vooralsnog weiger ik dat te geloven. Het zou betekenen dat we moeten accepteren dat de hele wereld om de zoveel tijd weer eens met een gevaarlijke gek zit opgescheept. De vorige keer kostte ons dat een Holocaust, twee atoombommen en een vernietigende oorlog in Europa en Azië. Vandaag de dag kan een druk op de rode knop de hele aarde tientallen keren vernietigen. En drie keer raden wie de codes voor die knop nu op zak heeft... We moeten iets beters verzinnen dan dit. En ik denk dat het goed mogelijk is om op andere manieren vorm te geven aan de idealen van democratie.

Daarom zou ik willen zeggen: laat deze verkiezingsuitslag een aanleiding zijn om op zoek te gaan naar betere alternatieven. Alternatieven waarin de ideeën en gedachten van gewone mensen een dankbare bron van oplossingen vormen, in plaats van een vervelend probleem te zijn. Maar hoe zou zo iets eruit kunnen zien?

Als je een probleem duidelijk hebt, ben je ook alweer halverwege de oplossing. Het probleem is hier: de politiek luistert niet naar de mensen. We moeten stoppen met het tellen van stemmen en starten met echt te luisteren.

Echt luisteren’. Dat is natuurlijk wel lastig om te organiseren, zeker wanneer het om beslissingen gaat die duizenden, miljoenen mensen zullen raken. Toch is het niet zo onmogelijk als je wel zou denken. Sterker nog, we hebben er al tientallen jaren aan ervaring mee.

Harde lessen uit de hightech
Als er een sector is die door schade en schande de noodzaak van het echt luisteren heeft leren inzien, dan is het wel de moderne technologie. Wat hebben ze toch vaak hun neus gestoten, die wetenschappers. In hun lab bedachten ze de prachtigste snufjes, om er vervolgens achter te komen dat het grote publiek helemaal niet op hun vooruitgang zat te wachten. Sterker nog, dat ‘grote publiek’ was er zelfs meer dan eens fel op tegen.

En dus moesten de wetenschappers leren luisteren. Echt luisteren is meer dan ontdekken of een meerderheid voor of tegen je nieuwe technologie is. Echt luisteren is: leren wat wij als maatschappij verlangen van een nieuwe technologie. En daar dan je beslissingen over de ontwikkeling van je technologie op afstemmen.

Dus organiseerde men praatsessies. Daarvoor nodigden ze vertegenwoordigers uit van alle groepen die op de een of andere manier met de nieuwe technologie te maken zouden krijgen. Experts, wetenschappers, mensen uit de milieubeweging, maar ook gewone burgers. Praatsessies waarin iedereen de kans kreeg zijn eigen perspectief naar voren te brengen, maar men ook moest luisteren naar elkaar. Zo werd er een idee geformuleerd, over wat voor soort technologie wij als maatschappij wenselijk achten en waarom.

Hoe run je een land door echt te luisteren?
Als het goed wordt uitgevoerd is deze manier van besluitvorming oneindig veel democratischer dan een simpele stemming. Wanneer je iedere burger het recht geeft aan een dergelijk overleg deel te nemen heb je een potentieel werkbaar alternatief voor ons huidige systeem.

Er zitten uiteraard de nodige haken en ogen aan. Direct overleg werkt het best in groepjes van hooguit twintig man. Het lijkt vrijwel onmogelijk om een dergelijke bestuursvorm op te schalen naar een heel land. Maar dat is het niet. Grote problemen kunnen beheersbaar gemaakt worden door ze in kleine stukjes op te knippen.

Op die manier regeren we het land nu ook. Het beleid wordt bijvoorbeeld onderverdeeld in verschillende thema’s: onderwijs, infrastructuur, veiligheid, zorg en noem maar op. Vervolgens wordt er op verschillende niveaus nagedacht over het vormgeven van dat beleid. Wat is ons landelijk veiligheidsbeleid? En hoe wordt dit uitgevoerd op provinciaal niveau, gemeentelijk niveau, wijkniveau? Daar kunnen verschillende groepen zich mee bezig gaan houden.

Er bestaat een gerede kans dat bepaalde groepen overspoeld zullen worden met aanmeldingen. De zorg is bijvoorbeeld een thema waar iedereen wel een ei over te leggen heeft. Ook dat hoeft geen probleem te zijn. Dan delen we de groep gewoon op. In twee, tien, of misschien wel duizend subgroepen. Al die groepen produceren een rapport met een visie. Het beleid wordt dan gebaseerd op de grote lijnen die in al die rapporten naar voren komen.

Je hebt uiteraard de nodige checks and balances nodig. Wie controleert de ambtenaren die de visies naar beleid omzetten. En mag je met verschillende petten op deelnemen aan een overleg? Ook moet er nagedacht worden over bijzondere gevallen. Wat te doen als iemand een overleg frustreert, of wanneer niemand zich meldt?

Maar dat zijn vooral praktische details. En het mooie is: dit systeem leent zich uitstekend voor praktijkexperimenten. Je hoeft namelijk niet eerst het hele land om te gooien, voor je dit in de praktijk kan brengen. Je zou klein kunnen beginnen, op lokaal niveau, om te zien hoe zoiets uitpakt. Misschien zou een gemeente voor vier jaar haar veiligheidsbeleid eens zo kunnen organiseren. Dat zou een leerzaam experiment zijn.

Als het lukt om een min of meer werkend overlegsysteem op te zetten, kunnen we de idealen van de democratie veel verder doorvoeren dan nu het geval is. En dat niet alleen. Deze vorm van democratie biedt ook een oplossing voor veel kwalen die nu nog vrijwel onlosmakelijk verbonden lijken met de politiek.
Echt luisteren: beter beleid
De eerste kwaal is al uitgebreid besproken in de inleiding: het onvermogen van de politiek om te luisteren naar de burger. In direct overleg wordt de input van de burger niet genegeerd, want dat is juist hetgene waar het hele beleid om draait. Iedereen mag zijn zegje doen, op een manier die voor de politiek niet vrijblijvend is. Hierdoor worden het gevoel niet gehoord te worden hopelijk in een vroeg stadium tegengegaan.

De tweede kwaal betreft ‘fact free politics’. Het idee dat iedere burger ‘zomaar’ zijn zegje mag doen, maakt sommige mensen misschien wat huiverig. Tegenwoordig komt ‘je zegje doen’ immers maar al te vaak neer op het rondbazuinen van de eigen mening, zonder erbij stil te staan of die wel gegrond is. In een direct overleg heeft dit ongenuanceerde roeptoeteren echter weinig zin. Je moet er immers samen uit komen. Dus als je wil dat er naar jou geluisterd wordt, zal je ook bereid moeten zijn om naar die ander te luisteren en zijn argumenten in overweging te nemen.
De overheid zelf moet ook een actieve rol spelen in deze discussie, door uit te leggen wat de consequenties van bepaalde acties zullen zijn. Je kunt als burger van alles op je verlanglijstje hebben, maar elke euro kan maar een keer worden uitgegeven.

De derde kwaal is ondoorzichtige besluitvorming. En daar sterk aan verwant: de invloed van machtige lobby’s. Nu lijkt het vaak bij politieke besluiten alsof de wil van de kiezer totaal niet mee speelt en alle andere belangen voorrang krijgen. Dat is niet zo gek, want de stem van de kiezer is allang binnen. Om hun zin te krijgen moeten de politici vooral andere clubs over de streep zien te halen. Ze zoeken de steun van invloedrijke belangengroepen. Hoe rijker en machtiger een dergelijke groep is, hoe meer zij de politiek kan sturen. En reken maar dat het bedrijfsleven een machtige lobby heeft. Het ideaal dat een zwerver dezelfde stem heeft als een miljonair geldt dus helaas alleen tijdens verkiezingstijd. In de gewone politiek zijn het vooral de grote bedrijven en de gevestigde orde, die een grote vinger in de pap hebben.

Het zou beter zijn als dit soort belangenbehartiging een plekje krijgt in het democratische proces zelf. Dat bedrijven en burgers er samen moeten zien uit te komen, doormiddel van overleg. Een directe manier van besluitvorming. Waar een ‘nee’ ook echt een nee betekent. Waarbij men niet achteraf, met geld en invloed de beslissing alsnog de gewenste kant op kan sturen.

Een dergelijk overleg kost uiteraard nogal wat organisatie. Maar tegelijkertijd wordt er een ontzettend energieverspillende tussenlaag in een keer weggehaald. Een tussenlaag waar iedereen meer dan eens moe van wordt: de politiek. De vierde kwaal.

Vaak lijkt het of de heren en dames politici vooral met hun eigen belang bezig zijn, in plaats van het grotere goed na te streven. En dat is geen toeval, dat zit in het systeem ingebakken. Als politicus wil je graag opkomen voor je partij en je achterban en dat vereist een bepaalde machtspositie. Om die machtspositie te verstevigen moet je scoren. Dat doe je niet met effectief beleid, want dingen die goed lopen, interesseren namelijk geen hond.

Het zijn vooral de negatieve dingen waarmee politici zichzelf in the picture kunnen zetten. Dus gaan ze op niet op zoek naar oplossingen, maar naar het conflict. Ze zoeken niet alleen constant ruzie met elkaar, maar spelen ook complete bevolkingsgroepen de Zwarte Piet toe. Zonder met een bijpassende, constructieve oplossing te komen, uiteraard. Ze leven bij de gratie van verdeeldheid. Als die negatieve energie nou eens besteed was aan het daadwerkelijk aanpakken van onze problemen, hoever was onze beschaving dan wel niet geweest?

Een directere vorm van democratie zorgt ervoor dat we eindelijk eens kunnen kappen met die idiote populariteitswedstrijd. In plaats daarvan kunnen we dan gaan nadenken over hoe we ons land concreet kunnen verbeteren.

Ja, maar dat gaat dus niet werken
Nu besef ik dat veel mensen sceptisch zullen zijn. Mooie theorie hoor, maar je vergeet de praktijk. Want hoe ga je zoiets in godsnaam organiseren? Dat gaat echt niet werken, ik voorspel tig problemen.

Tegen die mensen zou ik willen zeggen: je hebt gelijk. Het gaat niet werken. Althans, niet zo mooi als ik in mijn stukje beschreef. De werkelijkheid is weerbarstig. En mijn mooie idealen zullen vaak uitdraaien op een teleurstelling. Maar dat betekent niet dat dit geen reëel alternatief is.

Het huidige systeem zit zó diep bij ons ingebakken, dat we als het ware blind geworden zijn voor alternatieven. Een alternatieve invulling van democratie is zó anders als wat we gewend zijn, dat het meteen als radicaal wordt gezien. En de praktische problemen van zo’n radicale oplossing lijken dan al snel onoverkomelijk.

Maar door die blindheid zijn er ook dingen die we niet meer zien. Ons huidige systeem heeft net zo goed praktische problemen. En die zijn minstens even groot, zo niet groter.

De recente gebeurtenissen in Amerika kunnen een goede eyeopener zijn, wat dat betreft. Onze democratie is nog lang niet af. Laten we vooral doorzoeken en door experimenteren met nieuwe vormen van democratie. Want wanneer onze democratie faalt, wankelt onze beschaving.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen